Wat is het?
Deoxycholzuur is de laatste jaren populair geworden vanwege zijn lipolytische werking.
Sinds 2015 kan het worden gebruikt om plaatselijke vetophopingen op te lossen ter hoogte van de kin, oftewel de bekende onderkin.
Hiervoor moet het door een arts rechtstreeks in het onderhuidse vetweefsel worden geïnjecteerd.
Deoxycholzuur is een stof van natuurlijke oorsprong die normaal in het lichaam voorkomt.
Het is meer bepaald een galzuur dat ontstaat door de bacteriële omzetting van galzuren die de lever in de darm afgeeft.
Injecteerbaar deoxycholzuur (Kybella in de Verenigde Staten) werd in 2015 door de FDA goedgekeurd als het eerste injecteerbare geneesmiddel in zijn klasse om het uiterlijk van een onderkin te verbeteren wanneer deze samenhangt met submentaal vet. Daarmee veranderde het de behandeling van dit esthetische probleem ingrijpend 1.
Waarvoor wordt het gebruikt?
Functies in het lichaam
Gal is een isotone waterige oplossing die door de lever wordt geproduceerd en dankzij de aanwezigheid van galzuren essentieel is voor de vertering en opname van vetten.
Galzuren hebben een emulgerende en detergente werking. Daardoor kunnen zij vetten, die normaal niet in water oplossen, in een waterige oplossing verspreiden.
Zo voorkomen galzuren dat vetten samenklonteren tot grote vetdruppels die niet door spijsverteringsenzymen kunnen worden afgebroken.
Nadat zij hun werk hebben gedaan, worden de primaire galzuren die door de lever zijn gevormd (cholzuur en chenodeoxycholzuur) door darmbacteriën omgezet, waarbij deoxycholzuur en lithocholzuur ontstaan. Daarna worden zij opnieuw opgenomen en door de lever gerecycled.
Deoxycholzuur speelt een belangrijke rol bij de emulgering en vertering van vetten in de darm.
Gebruik in de esthetische geneeskunde
Deoxycholzuur wordt toegepast bij de zogenoemde injectielipolyse.
Wanneer de stof in vetweefsel wordt geïnjecteerd, verstoort zij het evenwicht van de fosfolipidendubbellaag, waardoor biologische membranen oplossen.
Dit veroorzaakt beschadiging en celdood van de adipocyten, de met vet gevulde vetcellen.
Hoe werkt het?
De door deoxycholzuur veroorzaakte beschadiging leidt tot een lichte ontstekingsreactie. Vervolgens worden de celresten geleidelijk opgeruimd door macrofagen, een type witte bloedcel.
Zodra adipocyten zijn vernietigd, kunnen zij geen vet meer opslaan. De vermindering van de vetdepots verbetert daardoor het uiterlijk van het gebied onder de kin.
Daarnaast veroorzaakt de ontstekingscascade migratie en stimulatie van fibroblasten, waardoor meer collageen wordt afgezet.
Injectielipolyse is een vorm van mesotherapie waarbij het aantal vetcellen chemisch wordt verminderd. De gebruikte stof, deoxycholzuur, veroorzaakt de dood van vetcellen rond de injectieplaats.
Veiligheid
De klinische werkzaamheid en veiligheid van deoxycholzuur zijn in meerdere onderzoeken vastgesteld.
Eiwitarm weefsel, zoals vet, is gevoeliger voor de cytolytische werking van deoxycholzuur dan eiwitrijker weefsel, zoals de huid en spieren.
Combinatie met fosfatidylcholine
Vooral in oudere formuleringen kan deoxycholzuur worden gecombineerd met fosfatidylcholine.
Fosfatidylcholine is eveneens een emulgator en speelt een belangrijke rol bij de opname en het transport van vet.
Onderhuidse injecties met fosfatidylcholine in vetweefsel veroorzaken het openbarsten van adipocyten en verhogen de afgifte van lipoproteïnen die rijk zijn aan triglyceriden.
| Preparaten op basis van deoxycholzuur | |
| Lipostabil | Fosfatidylcholine (50 mg/ml) + deoxycholzuur, natriumhydroxide, natriumchloride, α-tocoferol, benzylalcohol en ethanol |
| Belkyra (Kybella in de VS) | Deoxycholzuur (10 mg/ml) |
| GeoLysis | Deoxycholzuur (10 mg/ml) |
Combinatie met carboxytherapie
Naast mesotherapie met deoxycholzuur kunnen enkele behandelingen met carboxytherapie worden uitgevoerd.
Deze behandeling helpt het weefselmetabolisme te verhogen en versterkt de werking van het lipolytische middel door gasvormig koolstofdioxide te injecteren.
Koolstofdioxide wordt onderhuids of in de huid toegediend met micronaalden die een lipoclastisch effect hebben: de naalden beschadigen de membranen van de adipocyten, verkleinen hun volume en ondersteunen de werking van deoxycholzuur.
Naast het necrotiserende effect op vetcellen stimuleert een injectie met koolstofdioxide de doorbloeding en verbetert zij de plaatselijke zuurstoftoevoer.
Alternatieven en aanvullende behandelingen
Het gebruik van deoxycholzuur heeft de behandeling van submentaal vet ingrijpend veranderd.
Voorheen waren behandelingen van een onderkin beperkt tot invasieve chirurgische ingrepen, zoals liposuctie, het wegsnijden van vet en zelfs een volledige reconstructie van de hals.
Wanneer de onderkin voornamelijk het gevolg is van duidelijke huidverslapping, kan de arts kiezen voor zeer dunne liftdraden met een diameter van 0,05 tot 0,20 mm.
Deze draden zijn gemaakt van polydioxanon (PDO), een materiaal dat in ongeveer 8 maanden volledig wordt opgenomen. In die periode verbeteren de draden de huidstructuur, waardoor het resultaat langer behouden blijft.
Indicaties
De belangrijkste indicatie voor een behandeling met deoxycholzuur is een matige tot ernstige ophoping van hardnekkig submentaal vet, doorgaans een onderkin genoemd.
Sommige artsen gebruiken deoxycholzuur ook voor andere plaatselijke vetophopingen in het gezicht, bijvoorbeeld vetkussentjes ter hoogte van de wangen en kaaklijn.
De resultaten bij deze toepassingen lopen uiteen en de technieken zijn nog niet gestandaardiseerd.
Deoxycholzuur is ook voorgesteld voor de behandeling van lipomen en gynaecomastie, een abnormale groei van de mannelijke borst.
Behandeling
Nadat de patiënt geïnformeerde toestemming heeft gegeven, palpeert de arts het gebied en tekent hij de contouren van de te behandelen zone af.
Vervolgens markeert hij de injectiepunten op 1 cm afstand van elkaar, in een rasterpatroon.
Daarna wordt deoxycholzuur in het submentale vet geïnjecteerd met een kleine spuit en een dunne naald, doorgaans 30G en 13 mm.
Gewoonlijk worden 20 tot 30 injecties gegeven.
Tijdens de injecties worden alle aseptische voorzorgsmaatregelen genomen. Na afloop worden bovendien topische antibiotica aangebracht.
Per behandeling wordt doorgaans 3-5 ml deoxycholzuur geïnjecteerd, verdeeld over meerdere injecties van elk 0,2-0,3 ml. Dit komt neer op 30-50 mg deoxycholzuur per behandeling.
De injectiediepte moet 6 tot 10 mm bedragen, omdat het vet dieper ligt.
Duur van de behandeling
Elke behandeling duurt 15 tot 20 minuten.
Is verdoving nodig?
De ingreep kan onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd. Deze wordt in het te behandelen gebied onder de kin geïnjecteerd of is al in sommige formuleringen verwerkt.
Na de behandeling — bijwerkingen
Na de injectie kunnen patiënten enig ongemak en pijn ervaren, gedurende 2 dagen tot 2 weken.
Zwelling, ongemak en pijn zijn tekenen van de ontsteking en de resorptie van vet na de injectie.
Koude kompressen kunnen het ongemak doeltreffend verminderen. Orale ontstekingsremmers zijn zelden nodig.
Patiënten wordt geadviseerd het behandelde gebied gedurende de volgende 48 uur niet te masseren.
Daarnaast wordt aangeraden voldoende water te drinken om de huid te hydrateren en de afvoer van de uit de vetcellen vrijgekomen vetbestanddelen te ondersteunen.
Welke resultaten kunt u verwachten?
Tijdens de zwellingsperiode na de behandeling kan het gebied tijdelijk voller lijken.
Naarmate de vetcellen worden vernietigd en de ontsteking afneemt, ziet de meerderheid van de patiënten 6 tot 8 weken na de behandeling een bevredigend resultaat.
Zolang de patiënt niet in gewicht aankomt, zouden de resultaten langdurig moeten zijn.
De afname van vet is doorgaans binnen acht weken zichtbaar. In een klinisch onderzoek meldde 82,4% van de deelnemers een duidelijke verbetering van de tevredenheid over het eigen uiterlijk 1.
Aantal behandelingen
De meeste patiënten hebben ten minste twee behandelingen nodig, met een tussenpoos van 4-8 weken.
Doorgaans zijn drie tot vijf behandelingen nodig, met 4-8 weken tussen de behandelingen.
De arts kan een behandelplan opstellen dat het best aansluit bij de individuele anatomie en het te behandelen gebied.
Kosten
Een behandeling met deoxycholzuur kan 600 tot 1.200 euro kosten.
Het is dus een kostbare ingreep, maar de resultaten zijn doorgaans blijvend.
Mogelijke complicaties
Complicaties zijn zeldzaam en omvatten zenuwbeschadiging door fouten tijdens de procedure, wat een asymmetrische glimlach kan veroorzaken.
In zeldzame gevallen hebben patiënten na de ingreep ook moeite met slikken gemeld.
Contra-indicaties
Er zijn geen absolute contra-indicaties voor de procedure.
Een behandeling met deoxycholzuur moet worden vermeden wanneer er een infectie aanwezig is op de injectieplaats.
Patiënten met een slappe of weinig stevige huid zijn mogelijk geen geschikte kandidaten en kunnen andere behandelingen nodig hebben, zoals liftdraden.
De behandeling is eveneens niet geschikt voor patiënten met onrealistische verwachtingen of voor mensen die de wachttijd niet willen aanvaarden die nodig is voordat het resultaat zichtbaar wordt.





