Wat is het?
Een rhinofiller is een behandeling binnen de esthetische geneeskunde die helpt om kleine esthetische onvolkomenheden van de neus te corrigeren.
De techniek is gebaseerd op de subcutane injectie van een vulmiddel, met als doel de vorm van de neus te modelleren.
Het meest gebruikte vulmiddel is hyaluronzuur, waarvan verschillende typen bestaan.
De verschillende typen hyaluronzuur hebben in wezen een verschillende ‘dichtheid’ (structurele complexiteit). Dit beïnvloedt de consistentie, het gevoel bij aanraking en de duur van het effect.
De arts kiest het meest geschikte type vulmiddel op basis van de esthetische afwijking en de behoeften van de patiënt.
Afhankelijk van het gebruikte type houden de resultaten van een rhinofiller met hyaluronzuur gemiddeld 6 tot 9 maanden stand. Daarna moet de procedure worden herhaald om het esthetische resultaat te behouden.
Een rhinofiller is een niet-chirurgische techniek om de neus esthetisch te modelleren. Zonder scalpel wordt hierbij een vulmiddel, zoals hyaluronzuur, geïnjecteerd.
Waarvoor wordt het gebruikt?
Een rhinofiller berust op de subcutane injectie van een vulstof, meestal hyaluronzuur.
De procedure heeft een zuiver esthetisch doel.
De resultaten zijn doorgaans goed, vooral wanneer de afwijking niet sterk uitgesproken is.
De meest voorkomende wensen zijn het corrigeren van een neusbochel (de zogenaamde ‘bult’) en het omhoog projecteren van de neuspunt.
In het laatste geval kan de arts ook gebruikmaken van injecties met botulinetoxine om de spier die de neuspunt naar beneden trekt te verzwakken.
Meer in het algemeen is een rhinofiller doeltreffend bij:
- correctie van licht uitgesproken bochelvorming (dorsale convexiteit);
- een ingezakte neus;
- afwijkingen van de neusrug of de neusvleugelpunt;
- egalisering van de neuspiramide;
- opvullen van indeukingen;
- een tekort ter hoogte van de neusvleugelbasis;
- laatste correcties na een neuscorrectie.
De term rhinofiller verwijst duidelijk naar de techniek (‘rhino’ voor neus en ‘filler’ voor vulmiddel). In de internationale medische literatuur wordt deze term echter niet gebruikt; daar spreekt men van ‘nonsurgical rhinoplasty’ of ‘filler rhinoplasty’.
Rhinofiller of neuscorrectie?
Een rhinofiller kan ook worden gebruikt om onbevredigende resultaten van een neuscorrectie bij te werken.
Een neuscorrectie is een cosmetisch-chirurgische ingreep waarmee de neus wordt gemodelleerd. Het is een definitieve ingreep, maar vrij invasief en bovendien kostbaar.
Een rhinofiller is geschikt voor patiënten die de vorm en/of het uiterlijk van de neus willen verbeteren zonder de risico’s, kosten en hersteltijd van een operatie.
Een rhinofiller is daarom een interessant alternatief voor een neuscorrectie: weinig invasief, goedkoper en tijdelijk, en dus omkeerbaar.
In tegenstelling tot een neuscorrectie zijn de correctiemogelijkheden echter beperkter en in elk geval niet definitief. Bij zeer uitgesproken esthetische afwijkingen kan het resultaat van een rhinofiller daarom onbevredigend zijn.
Een neuscorrectie kan bovendien ook om niet-esthetische redenen nodig zijn, bijvoorbeeld om functionele ademhalingsproblemen door anatomische afwijkingen te corrigeren (zoals een scheef neustussenschot).
In dergelijke gevallen kan een rhinofiller de chirurgische ingreep op geen enkele manier vervangen.
De rhinofillertechniek is ook voorgesteld voor kleine functionele klachten, door kraakbeentransplantaten van een neuscorrectie na te bootsen, maar deze toepassingen blijven omstreden 1.
Een rhinofiller is niet geschikt voor het corrigeren van grote esthetische problemen, zoals een te grote neus, een scheef neustussenschot, bottrauma en ademhalingsproblemen door anatomisch-functionele afwijkingen.
Resultaten
Een rhinofiller is inmiddels een goed ingeburgerde behandeling binnen de esthetische geneeskunde, die bij geschikte patiënten een uitstekende kans op een goed resultaat biedt.
Direct na de procedure oogt de neus beter in verhouding en is het profiel harmonieus en duidelijk omlijnd.
De resultaten van een rhinofiller zijn dus vrijwel onmiddellijk zichtbaar.
Een rhinofiller kan de neus vanzelfsprekend niet werkelijk verkleinen; door het volume te modelleren, ontstaat echter de illusie dat de neus dunner of smaller is.
Een belangrijke beperking van een rhinofiller — die in sommige opzichten ook een voordeel is — is de omkeerbaarheid van het effect.
Dit hangt af van het gebruikte type vulmiddel.
Soorten fillers
Sommige vulmiddelen, zoals hyaluronzuur, worden in enkele maanden fysiologisch afgebroken.
Andere vulmiddelen geven een langduriger effect, maar zijn minder geschikt voor dit toepassingsgebied.
Zo kunnen semipermanente fillers en permanente fillers (zoals silicone en PMMA — polymethylmethacrylaat) door het lichaam als lichaamsvreemd worden herkend en zwelling, zweren, infecties, littekens, granulomen, cysten en migratie veroorzaken. Daarom worden ze normaal niet voor rhinofillers gebruikt.
Een ander voordeel van hyaluronzuur is dat bij een onbevredigend resultaat of een noodzakelijke correctie niet op de natuurlijke afbraak hoeft te worden gewacht.
Door het enzym hyaluronidase te injecteren kan de arts het ingespoten hyaluronzuur ‘oplossen’ en het effect snel ongedaan maken. Deze omkeerbaarheid biedt ook extra veiligheid, omdat bij een vaatocclusie in een noodsituatie kan worden ingegrepen (zie verder).
Calciumhydroxylapatiet
Een alternatief voor hyaluronzuur is calciumhydroxylapatiet (CaHA), een soort ‘synthetisch botweefsel’ dat is gesuspendeerd in een gel van carboxymethylcellulose.
Enkele weken na injectie wordt de gel volledig door het weefsel opgenomen en stimuleren de CaHA-microsferen de aanmaak van collageen.
De voordelen ten opzichte van hyaluronzuur zijn de hogere viscositeit en elasticiteit, waardoor het materiaal beter modelleerbaar is en het effect langer aanhoudt.
Omdat het om een deeltjesbevattende filler gaat (microsferen in suspensie), kan calciumhydroxylapatiet daarentegen duidelijke en onomkeerbare onregelmatigheden veroorzaken 2.
Om deze redenen wordt ongeveer 80% van de niet-chirurgische neuscorrecties met hyaluronzuur uitgevoerd. Sommige behandelaars geven echter de voorkeur aan calciumhydroxylapatiet 3.
Duur van de resultaten
De resultaten houden gemiddeld 6 tot 12 maanden aan.
De duur hangt af van het gekozen type hyaluronzuur, leeftijd, leefstijl, blootstelling aan de zon en individuele kenmerken.
Herhaalde behandelingen, een gezond en evenwichtig voedingspatroon, matige lichaamsbeweging, stressbeperking en minder roken en alcohol zijn aanbevolen maatregelen om het effect langer te laten aanhouden.
De calciumhydroxylapatiet geeft een langduriger effect van 12 tot 18 maanden (mogelijk nog langer na herhaalde behandelingen, door de collageensynthese die dit vulmiddel opwekt).
Afhankelijk van het gekozen vulmiddel zijn meerdere behandelingen nodig — gemiddeld één om de 6-12 maanden — om het esthetische effect van de rhinofiller te behouden.
Hoe verloopt de behandeling?
Een rhinofiller is een behandeling die poliklinisch wordt uitgevoerd, met of zonder plaatselijke verdoving.
De injectiefase duurt enkele minuten en de patiënt kan normale dagelijkse activiteiten onmiddellijk hervatten. Met de voorbereidende fase erbij kan een sessie echter 45 minuten of langer duren.
Voorafgaand aan de behandeling vindt een vooronderzoek plaats om de wensen en kenmerken van de patiënt te beoordelen (gelaatstrekken, profiel en neusvorm, type huid etc.).
Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?
Op de dag van de behandeling desinfecteert de arts of een assistent de huid zeer zorgvuldig, bijvoorbeeld met doekjes op basis van chloorhexidine.
Daarna worden preoperatieve foto’s gemaakt die 1 of 2 weken na de procedure als vergelijkingsmateriaal dienen.
Een topisch verdovingsmiddel (bijvoorbeeld lidocaïne) wordt 20-30 minuten vóór het begin van de procedure aangebracht.
De te behandelen gebieden worden vervolgens afgebakend en met een geschikte huidstift gemarkeerd.
Daarna kan de arts het vulmiddel injecteren. Hiervoor bestaan verschillende technieken, die verschillen in het gebruikte vulmiddel, de volgorde van injecteren, de injectietechniek, de plaats en de benodigde hoeveelheid vulmiddel enzovoort.
Het gebruik van een zeer dunne naald (bijvoorbeeld 30 gauge) verhoogt het comfort en verkleint de kans dat een bloedvat wordt aangeprikt en ischemie ontstaat, de meest gevreesde complicatie van een rhinofiller.
Andere technieken maken gebruik van een stompe microcanule (bijvoorbeeld 22-27 gauge) met een duidelijk grotere lengte. Zo kan vanuit één injectiepunt het vulmiddel over verschillende delen van de neus worden verdeeld. Deze techniek biedt daarentegen niet de millimeterprecisie die met een naald mogelijk is.
Is het pijnlijk?
De pijn na een niet-chirurgische neuscorrectie is minimaal en meestal zijn geen pijnstillers nodig.
Een eventuele bloeding kan gemakkelijk met druk worden gestelpt en blauwe plekken zijn zeldzaam en verdwijnen vanzelf.
Verdoving
Een goede plaatselijke verdoving verhoogt het comfort van de patiënt en stelt de arts in staat rustiger te werken.
De arts kan hiervoor een verdovende crème met benzocaïne, lidocaïne en tetracaïne in verschillende combinaties en doseringen 20-30 minuten vóór de procedure aanbrengen.
Andere artsen kiezen voor plaatselijke verdoving via een injectie.
Voorbereiding
Voor een rhinofiller zijn geen bloedonderzoeken of gevoeligheidstests nodig.
Bij personen met aanleg voor herpes wordt op medisch advies een preventieve behandeling aanbevolen, minstens 15 dagen vóór de ingreep.
In de twee voorafgaande weken kan de arts adviseren om bepaalde geneesmiddelen tijdelijk te stoppen (zoals oestrogenen, ontstekingsremmers, antistollingsmiddelen) of supplementen (vitamine E in hoge doses, omega 3, ginkgo biloba). Zo wordt het risico op bloedingen en hematomen verkleind.
Om ontstekingsreacties te voorkomen is het ook raadzaam om agressieve medisch-esthetische huidbehandelingen (zoals laser, intense pulsed light, peelings of scrubs) in de twee voorafgaande weken te vermijden.
Na de behandeling
Het ontstaan van oedeem (zwelling), erytheem (roodheid) of ecchymosen (blauwe plekken) kan direct na de behandeling worden voorkomen of verminderd met koude kompressen en speciale zalven tegen blauwe plekken.
Wie een natuurlijke aanpak verkiest, kan arnica montana en/of bromelaïne voor en na de ingreep innemen om blauwe plekken en zwelling te helpen verminderen 4.
Om oedeem en complicaties zo veel mogelijk te beperken, moet de patiënt ook overmatige aanraking van de neus vermijden, met het hoofd omhoog slapen en de eerste 2-3 dagen zware activiteiten vermijden.
Gedurende de 4 dagen na de behandeling moet blootstelling aan warmtebronnen (zoals sauna’s, stoombaden enzovoort) en aan natuurlijke en kunstmatige uv-straling (zonnebanken) worden vermeden.
Wat kost het?
Het esthetisch harmoniseren van de neus met een rhinofiller kost duidelijk minder dan een traditionele chirurgische ingreep.
Een enkele rhinofillerbehandeling kan 300 tot 600 euro kosten, afhankelijk van de arts en de te behandelen afwijking.
Bij de prijs moeten ook latere ‘correctieve vervolgbehandelingen’ worden meegerekend, die om de 6-18 maanden worden uitgevoerd en ongeveer evenveel kosten als de eerste behandeling.
Contra-indicaties
De resultaten kunnen beperkt of onbevredigend zijn bij patiënten met een grote bochel, ernstige scheefstand, overmatige rotatie van de punt of duidelijke onregelmatigheden in de contour van de neuspunt.
De patiënt moet daarom worden geïnformeerd over de beperkingen van de ingreep.
Onrealistische verwachtingen kunnen een contra-indicatie vormen voor een rhinofiller.
Patiënten met een vermoede of bekende lichaamsdysmorfe stoornis moeten daarom naar de psychiatrie worden verwezen voordat een niet-chirurgische neuscorrectie wordt overwogen.
Deze patiënten zijn na dergelijke procedures vaak minder tevreden en vertonen vaker agressie en raken vaker verwikkeld in juridische geschillen met de behandelende artsen 5.
De belangrijkste contra-indicaties voor een niet-chirurgische neuscorrectie zijn:
- een voorgeschiedenis van auto-immuunziekte;
- bloedingsstoornissen;
- overgevoeligheid voor een bestanddeel van de filler (bijvoorbeeld lidocaïne).
Een rhinofiller wordt doorgaans ook afgeraden bij 6:
- zwangerschap;
- borstvoeding;
- huidziekten;
- actieve of terugkerende herpes;
- virale of bacteriële dermatitis;
- aanleg voor keloïdreacties en collageenziekten.
Een rhinofiller wordt eveneens afgeraden bij endocarditis, chronische angina en vastgestelde psychiatrische aandoeningen.
Andere contra-indicaties betreffen patiënten die antistollingsmiddelen, trombocytenaggregatieremmers of niet-steroïde ontstekingsremmers gebruiken, vanwege het verhoogde risico op bloedingen en blauwe plekken. De arts kan passende alternatieven aangeven voor de periode waarin deze middelen vóór de ingreep worden gestopt.
Bijwerkingen en complicaties
Ondanks de ‘conceptuele eenvoud’ blijft een rhinofiller een — zij het minimaal — invasieve, technisch veeleisende procedure met risico op mogelijk ernstige bijwerkingen.
Daarom mag de behandeling alleen worden uitgevoerd door artsen met ruime ervaring op dit gebied 7.
Bijwerkingen zijn doorgaans mild en verdwijnen vanzelf, maar er bestaan zeldzame, ernstige en soms onomkeerbare complicaties, zoals blindheid en een beroerte 5.
Vaak voorkomende bijwerkingen
In de uren na de behandeling is enig plaatselijk ongemak gebruikelijk.
Dit is een tijdelijke bijwerking die bestaat uit gevoeligheid, jeuk, ongemak of lichte pijn, oedeem (zwelling) en roodheid op de injectieplaatsen.
Deze klachten verdwijnen meestal binnen 24/48 uur en kunnen zo nodig met een pijnstiller (zoals ibuprofen) worden behandeld volgens het advies van de arts.
Bij mensen die gemakkelijk bloeden, kunnen vaker kleine puntvormige bloeduitstortingen (ecchymosen) ontstaan. Ze verdwijnen meestal binnen enkele dagen en kunnen met gewone make-up worden bedekt.
Bij aanleg voor herpes en het ontbreken van preventieve behandeling kunnen injecties met hyaluronzuur een recidief uitlokken.
Zeldzame bijwerkingen
In de dagen na de behandeling kunnen kleine knobbeltjes met een harde consistentie voelbaar zijn; ze kunnen met plaatselijke massage verdwijnen.
Veel zeldzamer zijn harde knobbels van granulomateuze aard die langer dan 30 dagen blijven bestaan. Het risico lijkt groter bij fillers op basis van calciumhydroxylapatiet 8.
Ten slotte kunnen infectieuze complicaties (cellulitis en huidinfecties) optreden, die kunnen samenhangen met onvoldoende desinfectie van de huid vóór injectie van de filler.
Wanneer deze infecties niet snel met antibiotica worden behandeld, kunnen ze verergeren en ernstige problemen veroorzaken.
Vaatocclusie
Een vaatocclusie is de meest gevreesde complicatie van een rhinofiller, omdat zij gepaard kan gaan met ischemie (onvoldoende bloedtoevoer) van de weefsels stroomafwaarts van de afsluiting, met pijn en bleekheid, oedeem, ulceratie en necrose.
Daarnaast bestaat het nog ernstigere risico dat het vulmiddel een embolisatie in terugwaartse richting veroorzaakt die leidt tot blindheid en/of een beroerte.
Als de arts het vulmiddel per ongeluk in een slagader injecteert, bestaat in de praktijk de tragische mogelijkheid dat het door het bloed naar de slagaders van de ogen of de hersenen wordt vervoerd, deze afsluit en blijvende schade veroorzaakt.
Verschillende technische voorzorgsmaatregelen verkleinen de kans op deze ernstige en zeldzame complicatie sterk. Er bestaan bovendien specifieke interventies om schade door een onbedoelde vaatocclusie te beperken of te voorkomen.
Concreet kan de schade snel worden behandeld door hyaluronidase te combineren met antistollingstherapie en eventueel hyperbare zuurstoftherapie.
Volledige lijst van mogelijke bijwerkingen 6
Bijwerkingen die vroeg optreden (uren tot dagen)
- Asymmetrie: kan met geschikte injectietechnieken worden voorkomen;
- Reactie op de injectieplaats: pijn, oedeem, erytheem, ecchymose, jeuk;
- Overgevoeligheidsreactie: pijn, koorts, jeuk; deze symptomen worden behandeld met corticosteroïden en warme kompressen;
- Infectie — abces/cellulitis; mycobacteriële infectie; infectie met het herpes-simplexvirus (kan bij hoogrisicopatiënten worden beperkt met preventieve antivirale middelen);
- Tyndall-effect: ontstaat wanneer de filler te oppervlakkig wordt geïnjecteerd en een blauwe verkleuring onder de huid veroorzaakt;
- Oppervlakteonregelmatigheden en knobbeltjes: door onjuiste plaatsing van fillers (bijvoorbeeld te oppervlakkig);
- Vaatocclusie: een zeldzame maar verwoestende complicatie die zich kan uiten als A) plaatselijke weefselischemie (pijn en bleekheid gevolgd door oedeem, vlekvorming, ulceratie en necrose) en/of B) vaatocclusie met retrograde embolisatie die leidt tot blindheid en/of een beroerte.
Bijwerkingen met vertraagd begin (weken of jaren)
- Littekens;
- Dyschromieën (veranderingen in de huidskleur);
- Vreemdlichaamgranuloom: een immuunreactie die doorgaans samenhangt met permanente injecties (zoals silicone); de behandeling bestaat uit injectie met corticosteroïden en/of chirurgische verwijdering;
- Biofilm: kan verwijdering en/of langdurig antibioticagebruik vereisen.
Ondanks deze mogelijke complicaties bevat de literatuur ruim en goed gedocumenteerd bewijs voor de doeltreffendheid en veiligheid van rhinofillers 9.





